In 7 stappen door een dilemma
Oefening
Stap 1 - Wat is het morele kernprobleem?
Welke normen en waarden waaraan wij onszelf en anderen in redelijkheid houden, spelen een rol bij deze beslissing? Welke gronden en overwegingen spelen een rol? Welke mogelijke tegenstrijdige belangen of rechten? Probeer het kernprobleem te formuleren in een stelling of een vraag.
Stap 2 - Wie zijn de betrokkenen?
Wie kunnen er in redelijkheid aanspraak op maken dat met hun belangen rekening wordt gehouden?
Stap 3 - Wie is aanspreekbaar?
Wie is de eigenaar van het morele probleem? Wie moet een beslissing nemen?
Stap 4 - Welke informatie heb ik nodig?
Is de aanwezige informatie toereikend?
Stap 5 - Welke argumenten kunnen worden aangevoerd?
Welke pro-argumenten en contra-argumenten kunnen geformuleerd worden ten aanzien van het morele kernprobleem? Welk gewicht heeft elk van die argumenten? Welke argumenten zijn gebaseerd op een gevolgen-ethische benadering (= het is mijn morele plicht om die keuze te maken waardoor ik het grootst mogelijke voordeel bewerk voor het grootst mogelijke aantal betrokkenen)? Welke argumenten zijn gebaseerd op een beginsel-ethische benadering (= het is mijn morele plicht om die keuze te maken waardoor ik recht doe aan een in zichzelf geldend beginsel, een fundamenteel recht of een waarde, los van de mogelijke gevolgen van mijn keuze)? Vuistregel bij de afweging: een beginsel-ethische benadering verdient de morele voorkeur boven een gevolgen-ethische benadering.
Stap 6 - Wat is mijn conclusie?
Formuleer een uitdrukkelijk standpunt met de belangrijkste overwegingen. Ga na of de rechten en belangen van de in stap twee geselecteerde betrokkenen inderdaad in de argumentatie zijn opgenomen.
Stap 7 - Hoe voel ik me nu?
Kan ik mijzelf aankijken in de spiegel, nu ik stapsgewijs mijn standpunt heb bepaald? Doe ik het bij een volgende gelegenheid weer zo? Vertel ik het aan mijn kinderen? Of voel ik me onbevredigd, onzekere, wat ‘smoezelig’? Is het een conclusie van het type: eens, maar nooit meer?